Beoogde publicatie

Over denkbeelden en ontwikkelingswegen van de filosofen Georg Wilhelm Friedrich Hegel en Arthur Schopenhauer heeft Rudolf Steiner regelmatig gesproken en geschreven.*1 Mijn eerste boek dat ik medio 2020 wil laten verschijnen via Bewustzijnsziel, mijn schrijfbureau en uitgeverij, zal naast andere teksten drie naar het Nederlands vertaalde voordrachten van Steiner bevatten, waarin de filosofie van Hegel en Schopenhauer (en Karl Marx) op een speciale manier aan de orde zijn gesteld. Die drie voordrachten zijn: (1) (hoofdtitel) Denk- en wilskracht bij Hegel en Schopenhauer – Westerse en Oosterse cultuur (subtitel) (GA 202; Dornach, 4 december 1920; bladzijde 55 t/m 70), (2) De filosofie van Hegel en Schopenhauer in hun kosmologische en menskundige samenhang (GA 202; Dornach, 5 december 1920; bladzijde 71 t/m 83) en (3) (hoofdtitel) Ommezwaai – Opmaat en nulpunt: Hegels objectief idealisme en Marx’s historisch materialisme (subtitel)  (GA 189; Dornach, 16 maart 1919; bladzijde 153 t/m 172). (Werktitels J.W.) *2
Steiners inhoudelijke behandeling van denkbeelden van andersdenkenden mag genuanceerd worden genoemd. Kenmerkt zich beslist niet door kritiekloze lofzang of absolute afwijzing. Zijn op- en aanmerkingen zijn stimulerend en opbouwend van aard, omdat hij ze in een zinvolle context plaatste. Neem bijvoorbeeld Hegel in relatie tot Johann Wolfgang von Goethe, twee mannen wiens prestaties hij diep bewonderde. Hij schroomde niet om toch ook serieuze kanttekeningen te plaatsen bij zekere elementen van hun denkconcepten, vertrekpunten en eindconclusies. Waardering hoeft geen absolutistische vormen aan te nemen. Ter illustratie het korte slothoofdstuk uit Steiners geschrift Goethes Wereldbeschouwing (GA 6; Vrij Geestesleven, Zeist, 1983): Goethe en Hegel.
Rudolf Steiner werd geboren in 1861. Hij stierf in 1925 op 63-jarige leeftijd. Zelf kwam ik in 1959 ter wereld; mijn sterfmoment ken ik nog niet. Het jaar 2019 is ruim een maand geleden aangebroken. Nog even en we zijn in 2020 aanbeland, honderd jaar nadat Steiner zijn twee opmerkelijke voordrachten over Hegel en Schopenhauer hield. In die turbulente jaren vlak na beëindiging van de Eerste Wereldoorlog en de revolutie van de bolsjewisten. Europa was een broeiend kruitvat en oost-west betrekkingen namen betekenisvolle andere vormen aan, niet alleen in politieke en economische maar evenzo in culturele zin. Wat dat aangaat vallen er zeker parallellen te trekken; bepaalde historische impulsen werken door tot op de dag van vandaag en dagen die nog zullen volgen. Een andere keer zal worden verteld over andere inhoudselementen van het te verschijnen boek.

 

Noten
  1. Voor de laatstgenoemde zie bijvoorbeeld Steiner inleiding bij de boekuitgave Arthur Schopenhauers Werke in 12 Bänden (Stuttgart: Cotta 1894-1896; deel 1); een inleiding die is opgenomen in GA 33; bladzijde 230 t/m 268.
  2. Een daaraan gekoppeld notenapparaat en redactioneel commentaar zal mede gebaseerd zijn op noties van Steiner uitgesproken in GA 124; 8e en 9e voordracht; Berlijn, 7 maart 1911 en Berlijn, 13 maart 1911; bladzijde 149 t/m 189); respectievelijke basisthema’s ontwikkeling en opstanding van het denken (7 maart) en  vitalisme van oosterse invloeden en opnieuw bekrachtigd boeddhisme (13 maart) en GA 176; hoofdstuk Karma van het materialisme, 6e voordracht (Berlijn, 4 september 1917; bladzijde 302 t/m 316); basisthema: angstcultuur en cultuur van het betoveren, het fascineren; angst en fascinatie.
Beoogde publicatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.